Een zacht slaapverhaaltje uit het Praatdeurtjesbos. Lees het zelf voor, of speel het filmpje af en luister samen.

Die ochtend wordt Mosje wakker van een geur.
Een zachte geur.
Een zoete geur.
De geur kruipt door het ronde raampje naar binnen. Hij glijdt langs het gordijntje en kriebelt voorzichtig aan Mosjes neus.
Mosje doet één oog open.
"Hmm," zegt hij.
In zijn boomhuisje is het nog stil. Op de vloer ligt een streepje zon. Buiten ritselt het Praatdeurtjesbos langzaam wakker.
Mosje snuift nog eens.
Het ruikt naar warm gras.
Het ruikt naar zomer.
En daaronder ruikt het rond en zoet.
"Pruimen," fluistert Mosje. "Vandaag zijn de pruimen wakker."
Hij wast zijn snuitje, trekt zijn tasje om en pakt het mandje bij de deur. Het mandje is nog leeg. Maar Mosje weet waar hij heen wil.
Naar de fruitbomenvallei.
Buiten voelt de ochtend zacht aan zijn pootjes. Mosje loopt langs mos en varens. De lucht wordt steeds zoeter.

Bij de fruitbomenvallei blijft Mosje staan.
Daar hangen de pruimen.
Ze hangen tussen de blaadjes als kleine paarse lampjes. Sommige hangen laag. Sommige liggen al op de grond, zacht en open, met een randje glanzend sap.
Mosje zet een pootje naar voren.
Dan stopt hij.
Bij een gevallen pruim lopen mieren in een keurige rij. Verderop zit een bij bij het sap. Naast een andere pruim loopt een wesp.
Mosje houdt zijn mandje tegen zijn buik.
Hij kijkt.
Eerst kijkt Mosje.
Dan weet hij wat lief is.
"Deze pruimen hebben al bezoek," zegt hij zacht.
Hij zet zijn pootje voorzichtig naast een blaadje. Zo loopt hij tussen de gevallen pruimen door, zonder iemand te storen.
Bij een lage tak hangt een pruim die nog helemaal heel is. Rond en paars. Warm van de zon.
Mosje legt zijn mandje onder de tak.
Hij tilt zijn pootjes op.
Plop.
De pruim valt in het mandje.
"Dank je wel," zegt Mosje tegen de boom.
Hij plukt nog een pruim.
En nog een.
Alleen de pruimen die makkelijk loslaten. De pruimen die zeggen: nu ben ik klaar.
Als het mandje halfvol is, gaat Mosje zitten in het gras. De fruitbomenvallei is van iedereen die er zacht mee omgaat. Dat voelt Mosje heel duidelijk.

Met twee pootjes draagt hij het mandje naar Oma Madelief.
Oma Madeliefs bloemenhuisje staat aan de rand van een warm grasveld vol bloemen.
Oma Madelief komt naar buiten met haar schort voor.
"Dag Mosje," zegt ze. "Wat ruikt jouw mandje lekker."
"Pruimen," zegt Mosje. "Voor een taart. Maar sommige pruimen hadden al bezoek."
Oma Madelief kijkt in het mandje. Dan kijkt ze naar Mosje.
"Wat heb jij goed gekeken," zegt ze.
Mosje glimlacht. "Eerst kijken. Dan weet ik wat lief is."
"Dat is een heel goed taartbegin," zegt Oma Madelief.
Binnen zet ze een kom met water op tafel. Mosje legt de pruimen er één voor één in. Het water wiebelt om de paarse velletjes.
Dan ziet Mosje iets.
Een klein gaatje.
Uit het gaatje komt een dun wormpje. Eerst alleen een puntje. Dan een wiebelend lijfje. Het wormpje klimt op de rand van de pruim.
"O," zegt Mosje heel zacht.
Oma Madelief buigt mee.
"Die pruim is al een huisje," zegt ze.
Mosje kijkt naar het wormpje. Het weet niets van taart. Het weet alleen van zijn kleine pruimenhuis.
Mosje pakt de pruim voorzichtig op. Met twee pootjes. Heel rustig.
Hij draagt haar naar buiten en legt haar onder een boom.
"Hier kun je blijven," zegt Mosje.
Het wormpje kruipt langzaam terug.
Mosje wacht even. Dan loopt hij weer naar binnen.

In de keuken heeft Oma Madelief een rond deegje gemaakt. Precies goed voor de tafel buiten.
Mosje mag de pruimen erop leggen. Een kring langs de rand. Eén mooie pruim in het midden.
"Zo," zegt Mosje.
De taart lijkt op een paarse bloem.
Oma Madelief schuift de taart in de oven. Mosje zit op het krukje en luistert. De oven tikt zacht. Het hout zucht. Dan komt er een warme geur onder het ovendeurtje vandaan.
De geur wordt groter.
Hij vult de keuken.
Hij gaat door het open raam.
Hij zweeft over de bloemen, langs het water en langs alle kleine deurtjes van het bos. Kwakkel tilt zijn kop op. Roosje stopt met schilderen. Happy snuift. Belle beweegt haar oor. Hoog in het nest piept Pip zacht.
Warm.
Zoet.
Zomers.
Bij Oma Madelief gaat de oven open. De rand is goudbruin. De pruimen glanzen donkerpaars.
"Hij mag even rusten," zegt Oma Madelief.
Mosje knikt.
Soms mag iets lekkers ook even wachten.

Buiten staat de picknicktafel in de avondzon. Mosje zet kleine bordjes klaar.
Dan hoort hij zachte stappen in het gras.
Kwakkel komt eerst.
"Ik rook iets," zegt Kwakkel.
Roosje komt daarna. Happy trippelt het pad op. Belle draagt haar bal. Mama vogel komt met Pip.
"Het is pruimentaart," zegt Mosje.
"Van de pruimen die klaar waren."
Oma Madelief snijdt kleine stukjes. Iedereen krijgt een bordje. Kwakkel blaast. Roosje ruikt. Happy likt een kruimel van haar snorhaar. Belle legt haar bal onder de bank. Pip krijgt een piepklein hapje.
Mosje wacht tot iedereen zit.
Dan neemt hij zelf een hap.
De taart is zacht.
De pruim is zoet.
Het randje kruimelt op zijn pootje.
Niemand praat hard. Dat hoeft ook niet. De avond praat al een beetje. De blaadjes ritselen. Een bij vliegt naar huis.
Onder de fruitboom lopen de mieren nog steeds hun kleine paadje.
En ergens in het gras ligt een pruim met een wormpje erin.
Een pruim die gewoon een huisje mag zijn.
Mosje kijkt naar zijn lege bordje, naar zijn vriendjes, naar Oma Madelief en naar de lucht, die perzikkleurig wordt.
Eerst kijkt Mosje.
Dan weet hij wat lief is.

Als de zon lager zakt, gaan de vriendjes naar huis. Kwakkel naar het water. Roosje naar haar atelier. Happy naar haar blauwe deurtje. Belle met haar bal. Mama vogel met Pip.
Mosje helpt Oma Madelief met de bordjes.
Er liggen kruimels op het kleed. Er zit een paars vlekje op zijn poot.
Maar Mosje voelt zich vol.
Vol van taart. Vol van de dag. Vol van geur. Vol van goed kijken.
"Welterusten straks, Mosje," zegt Oma Madelief.
"Welterusten, Oma Madelief."

Mosje loopt terug door het Praatdeurtjesbos. De paden zijn donkerder. In de lucht komt de eerste ster tevoorschijn.
Bij zijn boomhuisje wacht het grijsgroene deurtje. Achter het ronde raampje brandt een zacht licht.
Mosje hangt zijn mandje aan het haakje, wast het paarse vlekje van zijn poot en kruipt onder zijn dekentje.
Hij luistert nog even naar het bos. Heel ver weg ruikt hij nog een beetje pruimentaart.
Dan worden zijn oogjes zwaar.
In de fruitbomenvallei slapen de takken.
Onder de boom slapen de mieren.
In de zachte pruim slaapt misschien het wormpje.
En in zijn warme bedje slaapt Mosje.
🌙 Wil jij ook zo’n deurtje als bij Mosje in huis? Bekijk de handgemaakte praatdeurtjes in de winkel.
Nieuw in het Praatdeurtjesbos? Lees wie Mosje en zijn vriendjes zijn.