Mosje en het eerste herfstblad

6 minuten lezen

Mosje en het eerste herfstblad

Een zacht slaapverhaaltje uit het Praatdeurtjesbos. Lees het zelf voor, of speel het filmpje af en luister samen.

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 1

Op een frisse ochtend werd Mosje wakker van een zacht geluidje. Tik… tik… tik. Iets danste tegen het ronde raam. Mosje ging rechtop zitten en wreef de slaap uit zijn ogen. Voor het glas zweefde een goudgeel blad. Het draaide een rondje, gleed door het openstaande kiertje en landde precies op zijn rode puntmuts. Mosje moest lachen. Zou dit het allereerste herfstblad van het Praatdeurtjesbos zijn?

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 2

Mosje zette zijn muts op en droeg het blad voorzichtig naar buiten. In het ochtendlicht glansden de nerven als kleine weggetjes. “Ik geef je een mooi plekje op mijn tafel,” zei hij. Maar nog voordat hij het blad goed kon vasthouden, blies de wind langs de grijsgroene boogdeur. Floep! Het blad sprong uit Mosjes handen. Het tolde over het mos, tikte tegen een varen en zweefde het bospad op. Mosje trok snel zijn laarsjes aan en ging erachteraan.

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 3

Het blad leek te wachten tot Mosje bijna dichtbij was. Dan wipte het weer verder. Eerst langs drie paddenstoelen, toen onder een lage tak door en daarna om een dikke boomstam. Mosje stapte rustig, zodat hij niet over wortels struikelde. Af en toe zag hij het goudgeel tussen al het groen oplichten. “Ik zie je wel,” fluisterde hij. Het blad maakte een vrolijk kringetje.

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 4

Bij het meertje zat Kwakkel zijn witte veren glad te strijken. Hij hoorde geritsel boven zijn kop en keek omhoog. Het gouden blad streek even over zijn oranje snavel en zeilde verder naar de oever. Meteen daarna kwam Mosje tussen de varens vandaan. “Heb jij een blad gezien?” vroeg hij hijgend. Kwakkel knikte zo enthousiast dat een klein donsveertje loskwam. “Een heel eigenwijs blad,” kwaakte hij. Samen zagen ze het op een steen bij het water rusten.

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 5

Mosje en Kwakkel slopen op hun tenen en zwemvliezen naar de steen. Mosje hield zijn handen als een kommetje. Nog één stapje. Nog een half stapje. Het blad lag stil. Maar toen niesde Kwakkel plotseling van een kriebelend grassprietje. “Hatsjie-kwaak!” Het blad schoot omhoog alsof het daarvan geschrokken was. Mosje keek Kwakkel aan. Kwakkel keek Mosje aan. Toen begonnen ze allebei te lachen. Het blad zweefde intussen veilig naar het bospad aan de andere kant van de oever.

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 6

“Misschien moeten we niet alleen naar het blad kijken,” zei Kwakkel. “Misschien moeten we ook naar de wind luisteren.” Ze bleven staan en deden hun ogen even dicht. De bladeren hoog in de bomen ritselden van links naar rechts. Het gras boog dezelfde kant op. Mosje voelde een koel zuchtje langs zijn wang. “Daarheen,” zei hij, en wees naar het pad bij de appelboom. Toen ze hun ogen openden, zagen ze het gouden blad precies die kant op zweven.

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 7

Bij de oude appelboom draaide het blad langzaam omlaag. Het bleef op een lage tak liggen, naast één rode appel. Mosje kon er bijna bij, maar niet helemaal. Hij ging op zijn tenen staan. Kwakkel duwde zacht tegen Mosjes laars, alsof dat hem langer kon maken. Het hielp geen beetje. Mosje wilde al een stok zoeken, maar keek toen naar de dunne tak. “We trekken niet aan de boom,” besloot hij. “Dan wachten we tot de wind ons helpt.”

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 8

Mosje en Kwakkel gingen in het zachte gras zitten. Ze deelden de rode appel die al onder de boom lag. Mosje brak het rijpe vruchtje voorzichtig open en gaf Kwakkel een stukje. Ze luisterden naar insecten en een specht ver weg. Toen kwam er een vriendelijk windvlaagje. De tak boog, het gouden blad kwam los en landde op Mosjes knieën.

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 9

“Daar ben je!” riep Mosje blij. Hij hield het blad met twee handen vast. Kwakkel danste een klein rondje om hem heen. Nu kon Mosje het meenemen, plat onder een boek leggen en altijd bewaren. Maar terwijl hij naar het blad keek, zag hij dat het puntje zachtjes bewoog. Niet door de wind. Onder het blad kroop een piepklein rood lieveheersbeestje vandaan. Het had het gouden blad als schuilplekje gebruikt. Mosje hield meteen zijn handen stil.

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 10

Het lieveheersbeestje kroop over een nerf en verdween weer onder het omgekrulde randje. “Voor ons is het een mooi blad,” fluisterde Kwakkel. “Voor hem is het misschien een dak.” Mosje knikte. Hij dacht aan zijn eigen stevige boogdeur en aan zijn warme bed. Het blad voelde ineens niet meer als iets dat hij zomaar mee kon nemen. Voorzichtig legde hij het terug in het gras, met de droge kant boven en een plukje mos ernaast tegen de wind.

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 11

Net toen Mosje zijn handen terugtrok, kwam een nieuwe windvlaag. Het blad tilde op, met het lieveheersbeestje veilig aan de onderkant. “O!” riep Mosje. Hij en Kwakkel volgden het nog één keer, maar nu probeerden ze het niet te grijpen. Ze liepen er rustig achteraan. Het blad danste tussen zonnestralen door, langs de varens en over een smal paadje. Soms zagen ze het kevertje heel even onder de gouden rand vandaan kijken.

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 12

Aan het einde van het paadje lag een klein beschut hoekje tussen boomwortels. Daar groeide zacht mos en de wind kon er nauwelijks komen. Het blad daalde neer alsof het die plek al die tijd had gezocht. Het lieveheersbeestje kroop eronder en bleef zitten. Mosje hurkte op een klein stukje afstand. “Je hoefde niet gevangen te worden,” zei hij zacht. “Je wilde gewoon ergens aankomen.” Kwakkel legde zijn vleugel even tegen Mosjes knie.

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 13

Mosje wilde het gouden blad toch graag onthouden. Kwakkel vond een dun gevallen takje en trok daarmee voorzichtig de vorm van het blad in een kaal stukje zand. Mosje tekende de lange middennerf en alle kleine zijlijntjes erbij. Daarna zetten ze hun eigen sporen naast de tekening: twee kleine laarsafdrukken en twee brede zwemvliesjes. Zo maakten ze een herinnering zonder het blad of het lieveheersbeestje te storen. De lage middagzon kleurde de zandtekening warm.

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 14

Op de terugweg keek Mosje anders naar het bos. Nu zag hij niet alleen dat ene blad. Hoog boven hem werden nog meer randjes geel. Eén klein blaadje dwarrelde op Kwakkels rug, een ander bleef aan Mosjes laars plakken en overal klonk zacht geritsel. Mosje liet ze liggen waar ze kwamen. “De herfst bewaart haar blaadjes zelf,” zei hij. Kwakkel kwaakte tevreden. Bij het meertje namen ze afscheid en beloofden ze morgen weer naar de kleuren te kijken.

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 15

Thuis ging Mosje in de zithoek bij het kleine haardje zitten. Het bed en ronde raam waren aan de andere kant van het boomhuisje. Op een vel papier tekende hij uit zijn hoofd een groot gouden blad. Daaronder maakte hij een piepklein rood stipje voor het lieveheersbeestje en twee kronkelende lijntjes voor de wind. De tekening was niet precies hetzelfde als het echte blad. Toch voelde Mosje bij iedere lijn opnieuw hoe vrolijk het blad door het bos had gedanst.

Mosje en het eerste herfstblad, tekening 16

Toen de avond blauw werd, hing Mosje zijn tekening naast zijn bed. Hij kroop onder zijn groene deken en keek nog één keer door het ronde raam. Buiten liet de wind de boomtoppen zachtjes wiegen. Er dwarrelde ergens een blaadje voorbij, maar Mosje hoefde het niet te vangen. Het bos wist precies waar het naartoe mocht. Met die gedachte sloot hij zijn ogen. In zijn droom dansten gouden bladeren heel rustig over het mos, totdat het hele Praatdeurtjesbos sliep.


🌙 Wil jij ook zo’n deurtje als bij Mosje in huis? Bekijk de handgemaakte praatdeurtjes in de winkel.

Nieuw in het Praatdeurtjesbos? Lees wie Mosje en zijn vriendjes zijn.

🖍️ Kleurplaat van dit verhaaltje

Kleurplaat: Mosje en het eerste herfstblad

Uit het Praatdeurtjesbos

Zo'n deurtje mag ook bij jou aan de muur

Mosje woont achter een klein houten deurtje. Er is er ook een voor jouw kamer: je legt er een briefje voor en krijgt er een terug.