Een zacht slaapverhaaltje uit het Praatdeurtjesbos. Lees het zelf voor, of speel het filmpje af en luister samen.

Op een zonnige dag in het Praatdeurtjesbos had Mosje een idee. Hij wilde een vlieger maken. Mosje hield van het blauwe doek met witte stippen dat hij had gevonden. Het glansde zo mooi in het zonlicht. Hij besloot dat dit het perfecte doek voor zijn vlieger was. Met takjes van de appelboom en wat touw begon hij te knutselen.

Na een poosje had Mosje zijn vlieger klaar. Hij was trots op zijn werk. Nu wilde hij de vlieger laten vliegen. Hij liep naar de open plek, waar het wat winderig was. Hier zou de vlieger mooi de lucht in kunnen gaan. Hij hoopte dat zijn vrienden hem zouden zien. Mosje voelde zich blij.

Kwakkel de eend kwam nieuwsgierig aangefladderd. "Wat heb je daar, Mosje?" vroeg Kwakkel. "Een vlieger!" riep Mosje blij. Kwakkel keek met grote ogen naar de vlieger. "Laten we hem samen omhoog laten gaan!" stelde Mosje voor. Kwakkel knikte enthousiast en sprong op. Ze waren samen zo blij.

Ook Pip het scholekster-kuikentje kwam erbij. Pip fladderde vrolijk met zijn kleine vleugeltjes. Mosje, Kwakkel en Pip stonden samen op de open plek. Mosje hield de vlieger hoog. Met een flinke ren en een sprongetje liet hij hem los. De vlieger vloog prachtig omhoog. Ze zagen hem wiebelen en dansen in de lucht.

De zon begon langzaam onder te gaan. De lucht kleurde roze en oranje. Mosje, Kwakkel en Pip keken samen naar de vlieger. Ze vonden het prachtig hoe hij in de avondlucht zweefde. Toen de eerste sterren verschenen, haalden ze de vlieger voorzichtig naar beneden. Ze waren moe en tevreden. Ze zwaaiden elkaar gedag. Het was tijd om te slapen. Goede nacht, lieve vrienden.